Hoe wordt de introductie van dure zorgvoorzieningen gereguleerd?

Een internationale vergelijking van instrumenten voor kostenbeheersing

De overige landen in dit vergelijk zijn België, Duitsland,  Zweden en de Verenigde Staten. Naast een vergelijkbaar welvaartsniveau vertegenwoordigen deze landen net als Engeland een breed spectrum aan stelsels en beschouwen ze de gezondheidszorg tot de kerntaken van de staat.

Voorwaardelijke toelating

Al deze landen maken gebruik van vormen van voorwaardelijke toelating, een recente en belangrijke ontwikkeling. Dit instrument voorkomt dat de voorziening breed aangeboden wordt zolang de effectiviteit onzeker is, en tegelijkertijd worden toekomstig onderzoek en innovaties gestimuleerd. Toepassing van dit instrument concentreert zich nu met name op medicijnen, maar verdient ongetwijfeld een bredere toepassing.

Aanbodsturing

Elk van de onderzochte landen past een vorm van aanbodsturing toe. Tussen landen bestaan echter grote verschillen in de mate van centrale en decentrale aansturing en de scope van de voorzieningen waarvoor dit wordt ingezet. Bovendien liggen de verantwoordelijkheden voor regulering en financiering niet altijd bij één partij.

4 casussen

Tot slot is aan de hand van vier casussen – de DaVinci robot, transplantatiegeneeskunde, kinderoncologie en zeldzame ziekten - meer gericht gezocht naar instrumenten die de landen inzetten bij de introductie van deze nieuwe dure zorgvoorzieningen.  Deze vier casussen tonen veel overeenkomsten qua regulering: Deze is ‘minimaal’ bij de recente robotchirurgie, vrij intensief bij transplantatiegeneeskunde, eerder stimulerend dan beheersend bij zeldzame aandoeningen en bij kinderoncologie lijkt gezien het grote aantal voorzieningen zelfregulering de norm.

Lees het volledige rapport Kostenbeheersing dure zorgvoorzieningen hier.